Boeien. Verbinden. Presteren. Webton.

Clinic 1

Warming-up (speedfoot ladder)

De speedfoot ladder is voor meerdere doeleinden te gebruiken.
Er wordt hierbij vooral een beroep gedaan op snelheid, concentratie, balans en coördinatie van het voetenwerk.
Voor alle spelsporten is snel voetenwerk van zeer groot belang.
De speedfoot ladders zijn zeer comfortabel en de sporter traint doelgericht en met plezier.

Het trainen met de speedfoot ladder is erg intensief en vereist een grote concentratie van de sporter.

Daarom is het aan te raden om de training te beginnen met de speedfoot ladder.
Het is een goede warming-up voor de training.
Bij gebruik van de programma’s zal de ladderoefeningen ongeveer 10 minuten duren.

Belangrijke dingen bij de speedfoot ladder :

  • Iedere oefening word driemaal uitgevoerd; eerst ontdekken, daarna het tempo opvoeren, en dan de derde keer de oefening maximaal uit laten voeren.
  • De volgende persoon mag pas starten als de voorganger op de helft van de ladder is.
  • De oefeningen moeten zo veel mogelijk op de voorvoeten worden uitgevoerd.
  • Techniek en coördinatie zijn het meeste belangrijk, bij vaak herhalen gaat de snelheid automatisch omhoog.
  • Actieve rust is erg belangrijk tijdens het oefenen, laar de sporter terug wandelen.
  • Gebruik de ladder 1 keer in de week voor een goed resultaat.
Speedfootclinic1-1
Starten met beide voeten frontaal voor de ladder. Stap in het eerste vak. 1 voetcontact in elk vak. tijdens de uitvoering niet met de hak op de grond en zeer actief meebewegen van de armen.
Skippings
Bij hoge skipping (knieheffen) word het bovenbeen helemaal horizontaal opgetrokken. Dit vergt balans van het bovenlichaam en actief meebewegen van de armen
Hakken/Billen
Bij iedere pas word een explosieve hielaanslag gemaakt. Variatie: maak alleen hielaanslagen met links of rechts, of om het vakje

 

2-Footrum
Deze oefening lijkt veel op de speedfoot, maar nu is het de bedoeling dat beide voeten in elk vakje worden geplaatst
clinic1-2
Spreid sluit
Deze oefening is uitermate geschikt voor het aanleren van lichaamsbalance
afb1
Knie/hak Spreid
Spreid buiten de ladder, Daarna 1 voet in het volgende vakje. Daarbij de ene keer knie heffen en de volgende keer de hak heffen
afb2
Speedfeet
Op een hoog tempo steeds in en uit het vakje, daarna naar de volgende. Ondanks de snelheid netjes en geconcentreerd blijven werken
clinic1-5
Foot-shuffle
Bij deze oefening ligt de nadruk op coordinatie en ritme. Begin naast het eerste vakje. Daarna steeds met 2 erin en 1 eruit, daarna naar de volgende.
clinic1-6
Speedfoot
De Speler moet door de ladder lopen, met steeds een voet in een volgend vakje. Tijdens de uitvoering niet met de hak de grond, en zeer actief meebewegen met de armen
Hinkelen
Hinkelen met links en rechts. Variant : Hinkelen, vakje overslaan gevolgd door een vakje terug.
clinic1-7
Zijwaartse Skippinks
Bij hoge skipping (knieheffen) word het bovenbeen helemaal horizontaal opgetrokken. dit vergt balans van het bovenlichaam en actief meebewegen van de armen
Lage verplaatsing
Zijwaarts door de ladder verplaatsen, in een lage verdedigingshouding. Belangrijk is de druk op de benen en het duwen van het afzetbeen Variatie : 5 heen – 3 terug
clinic1-8
2-Footrun Variatie
Deze oefening lijkt veel op de speedfoot, maar nu is het de bedoeling dat beide voeten in elk vakje worden geplaatst. Daarbij de variatie aanbrengen. 3 vakjes naar voren, 2 terug, 3 naar voren, 1 terug enz enz.
clinic1-9
Ski-jumps klein
Bij de ski-jumps is het belangrijk om met 2 voeten af te zetten en te landen. daarbij worden de armen gebruikt om in balans te blijven.
afb3
Ski-jumps groot
Bij de grote ski-jumps moeten de de spelers geheel over de ladder springen. Belangrijk om een goed ritme te hebben, zodat er in 1 keer doorgesprongen word naar de andere kant. ook hierbij zijn de armen belangrijk voor de sprong en balans
clinic1-11
Trick track
Trick track is een combinatie pas zoals vroeger bij het hinkelen op school werd gedaan. op deze oefening zijn vele variatie te verzinnen
afb4

Pass

Bij de pass is het belangrijk rust te vinden. Beweging tijdens het passen zal zeer waarschijnlijk zorgen voor een verkeerde passrichting.

Kernwoorden:techniek4

  • Breed (geeft stabiliteit)
  • Ruimte (armen strekken en buik in)
  • Armen stil (compleet naar voren strekken)
  • Vingers naar de grond (vingers inpakken en duimen naar de grond drukken)
  • Schouder (oren ertussen drukken)
  • Kachel (inzakken en snel omhoog bewegen tijdens het speken van de bal)

Basis technieken:

  • De binnenste voet staat het meest naar voren
  • De armen komen van achter naar voren en zijn stil tijdens het spelen van de bal
  • De bal wordt over de voorste voet gespeeld in de richting van 2/3 (locatie SV)
  • Hoek van inval is hoek van uitval
  • Het liefst de pass recht geven zonder dat kantelen nodig is

Technische oefeningen:

Oefening 1

Overspelen met 1 arm (beginnen recht aanspelen, daarna links en rechts spelen)
Met tweetallen verdelen en overspelen met een arm. Hierdoor krijgend e spelers de controle over het speen met de binnenkant arm. Enkele minuten met links en dan wisselen naar rechts. Telkens minimaal 6 keer achter elkaar aanspelen door dezelfde persoon om de kans te geven om te corrigeren door de trainer.

Correcties:

  • Breed staan
  • Binnenste voet, indien noodzakelijk voor
  • Stil staan tijdens de opvang van de bal
  • Spelen over het voorste been
  • Schouder intrekken naar het hoofd en naar voren drukken

Oefening 2

Aangooien van de bal en passing met 1 arm (beginnen recht aanspelen, daarna links en rechts spelen(kantelen)).Met tweetallen verdelen en een persoon gaat aangooien. Aangooien minimaal 6 keer achter elkaar ivm correcties door de trainer.

Correcties fase 1 (recht aangooien)

  • Breed
  • Kachel
  • Ruimte armen stil

Correcties fase 2 (links en rechts aangooien)

  • Correcte zijwaartse beweging van de armen
  • Rust in het lichaam

Oefening 3

Over spelen met 2 armen. Als oefening 1 en 2 met 2 armen.

Correcties:

  • Binnenste voet voor
  • Juist kantelen
  • rust

Oefening 4

Cirkeltje spelen.Drietallen vormen en de bal via kantelen in een cirkel overspelen. Oefening zowel over links al rechts uitvoeren in afzonderlijke series.
Op tijd de oefening spelen (1 minuut per serie) .

Correcties:

  • Al het hierboven geleerde (oefening 1, 2 en 3)

Oefening 5

Zijwaarts bewegen en passen.
3 spelers met bal aan de net zijde over de breedte van het veld. Overige speelsters op de achterlijn achter pos 1.
De bal wordt aangegooid door de persoon aan het net waarbij de speler de bal, onderhands, terug speelt.
Door de spelers aan het net wordt lang en kort aangegooid. De trainer kan bepalen hoe dan gedaan dient te worden. Afhankelijk van het aantal spelers 1-1 ½ minuut. Het gaat om techniek en beweging, niet om afmatting.

Correcties:

  • Al het hierboven geleerde (oefening 1, 2 en 3)
  • Zijwaarts bewegen
  • Achter de bal proberen te komen

Oefening 6

Inzicht.
Verdelen in tweetallen aan beide zijden van het net.
Speler gooit de bal over het net heen.
Speler aan de andere zijde van het net laat de bal door de benen stuiteren en vangt hem vervolgens op.

Correcties:

  • Lijn van de bal volgen
  • Op het juiste moment omdraaien om de bal op te kunnen vangen

Service

Service is een van de belangrijkste aspecten tijdens de eerste trainingen. Met een goede service maak je, vooral in de aanvang van het seizoen, het verschil.
Service moet eigenlijk gedurende het gehele seizoen behandeld worden.
In eerste instantie werken naar een goede floater met een harde hand (baksteen). Wanneer de floater goed loopt kan overgegaan worden naar een sprongservice op een eenvoudige manier. Hoe eerder de overgang naar sprongservice, hoe beter.

techniek14

Belangrijke aandachtpunten voor een goede service:

  • Bovenlichaam stil
  • Spanning op de buik houden
  • Alleen de slagarm beweegt
  • Juiste opgooi (bovenlichaam naar links betekend bal opgooi te veel naar links)
  • Lage opgooi
  • Baksteen
  • Bal nawijzen
  • Floater wordt het best uitgevoerd door een korte, technisch juiste, aanraking van de bal.

Bij de sprongservice:

  • Aandacht leggen op de aanloop (links/rechts/links, kleine opsprong, bal laag en recht opgooien)
  • Bij voorkeur opgooi met een hand uitvoeren

Concentratie bijbrengen: bijv. 3 x stuiteren, kijken naar de overkant, opgooien en slaan. Iedereen zal zijn/haar eigen manier van voorbereiding nemen. Belangrijk is aan te geven dat de opslag voor een belangrijk deel bepaald wie het meest kans maakt de rally te winnen.

Een aantal basis oefeningen:

Oefening 1

Tegen de muur slaan:
Bal in de rechterhand, laag opgooien en steeds harder tegen de muur slaan. Vanuit een speler eigen opgooi en slag corrigeren tot een strakke, harde, gerichte slag.

Oefening 2

Tweetallen maken en vanaf de achterlijn gericht slaan op de partner aan de overkant. Zoek ook de meest kwetsbare locatie bij de tegenstanders op in de diverse opstellingen.

Spelsysteem 5-1;
SV pos 1, opslag voorin positie 1 (looprichting SV)
SV pos 2, opslag posities 1, 4, 5 (diep achterin)
SV pos 3, opslag posities 1, 4, 5 (diep achterin)
SV pos 4 of 5, opslag posities 2, 3, 4 (kort)
SV pos 6, opslag posities 6 , 1

Noot: Laat de speler aangeven waar de bal geplaatst gaat worden of geeft zelf de locatie aan.

Oefening 3

Om een wedstrijdelement toe te passen kun je de groep in tweeën delen en aan beide kanten verdelen achter de achterlijn. Gedurende een bepaalde tijd serveren. Diegenen die fout serveren gaan als “dode vissen” op de grond liggen en wachten tot hij/zij geraakt word door een service. De kant die aan het einde de minste mensen heeft liggen, is winnaar.